Pagina opties

Groter

Gemeenteblad 2014, nr. 15 22-12-2014 Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reiniging

De raad der gemeente Bergeijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 11 november 2014
gezien het advies van de commissie ABZ d.d. 4 december 2014.

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit:

vast te stellen de: "Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015”.

Hoofdstuk I: Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:
a. een afvalstoffenheffing;
b. reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

1. Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afval.
2. container: een vanwege de gemeente uitgezette container met een bepaald volume.
3. verzamelcontainer: een vanwege de gemeente uitgezette container met een bepaald volume, die ten behoeve van meer dan één perceel wordt gebruikt.
4. gft-afval: groente, fruit- en tuinafval.
5. restafval: dat deel van het huishoudelijk afval dat overblijft na gescheiden inzameling van deelstromen.

Hoofdstuk II: Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

1. Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven, als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijke gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht

1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
a. degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;
b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden.
Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2015.

Artikel 7 Wijze van heffing

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 onder 1.2.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.
2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 onder 1.2.2 en 1.2.3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 onder 1.2.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. onder 1.1.1. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als er in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 onder 1.1.1. van de tarieventabel, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag.
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
5. Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag.
6. Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige verschuldigde afvalstoffenheffing

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2.2 en 1.2.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2. De kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid, moet worden betaald ingeval de kennisgeving:
a. wordt uitgereikt: op het moment van uitreiken
b. wordt toegezonden: binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk III: Reinigingsrechten

Artikel 11 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" wordt een recht geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 12 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 14 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden
Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2015.

Artikel 15 Wijze van heffing

Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een aanslag.

Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijkse verschuldigde rechten

1. Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van het voor een volledig tijdvak verschuldigde recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, als er in dat belastingtijdvak, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

Artikel 17 Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 18 Nadere regels door het college van Burgemeester en Wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel

1. De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014" vastgesteld bij raadsbesluit van de gemeente Bergeijk d.d. 19 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.
4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015".

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 18 december 2014.


De gemeenteraad,

H.G.M. van de Vondervoort
Voorzitter

J.M. van Dongen-Hermans
De griffier