Pagina opties

Groter

Gemeenteblad 2014, nr. 7 10-12-2014 4e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Bergeijk

De raad der gemeente Bergeijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2014;

besluit:

vast te stellen de 4e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Bergeijk;

Artikel I

A
In artikel 1.2, derde lid, wordt na ‘als bedoeld in artikel 2:11’ ingevoegd:, tweede lid, aanhef en onder a,.

B
In artikel 2.11, zesde lid wordt ‘Telecommunicatieverordening’ vervangen door ‘Verordening ondergrondse infrastructuur’.

C
In artikel 2.39, tweede lid, onder b, wordt ‘de minister van Justitie’ vervangen door:
de minister van Veiligheid en Justitie.

D
In artikel 2.40, tweede lid, vervalt:, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.

E
In artikel 2.48, eerste lid, wordt na ‘Het is’ ingevoegd: voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

F
Artikel 2.58, tweede lid, komt te luiden:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Het huidige lid 2 wordt vernummerd tot lid 3, lid 3 tot lid 4 en lid 4 tot lid 5.

G
In artikel 3.5, tweede lid, onder c, wordt ‘273a’ vervangen door: 273f.

H
In artikel 3.9, vierde lid, wordt na ‘gedurende’ ingevoegd: een.

I
Aan artikel 5.2 wordt een lid toegevoegd luidende:
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

J
In artikel 5.9, eerste lid, wordt ‘hun’ vervangen door: hen.

Artikel II

Na afdeling 9 van Hoofdstuk 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk wordt een afdeling ingevoegd, luidend:

Afdeling 9a Toezicht op smart- en growshops

Artikel 2.37 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:                                                                                                
a. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang  alsof zij bedrijfsmatig was, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop of growshop;                                                
b. leidinggevende:
1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;
2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;   
3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;

Artikel 2.38 Vergunningplicht

1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.    
2. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien:                    
a. de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met het geldende bestemmingsplan en/of leefmilieuverordening;                                                                                                      
b. de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt;                                          
c. de leidinggevende(n) in enigerlei opzicht van slecht levensgedrag is;                               
d. de leidinggevende(n) onder curatele staat of is ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;  
e. de houder binnen vijf jaar voor de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van verstoring van het woon- en leefsituatie, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest.           
3. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting. Hierbij houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat of wijk, de aard van de inrichting en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of bloot zal komen te staan.                                                                                                                 
4. Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.                                                                                                                                   
5. Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.                                                                               
6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 2.38a Beslistermijn

1. De burgemeester neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 2.38, eerste lid binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2. De burgemeester kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel III

In afdeling 13 van Hoofdstuk 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk worden bepalingen opgenomen luidend:

Afdeling 13 Vuurwerk

Artikel 2.70 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

Artikel 2.71 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

1. Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1 Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.72 Carbid schieten

1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten de bebouwde kom van 31 december 18.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur.
3. Het college is, met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, bevoegd nadere regels te stellen.
4. Het college is bevoegd van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing te verlenen.
5. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie en het Wetboek van Strafrecht.

Artikel IV

Deze verordening treedt in werking op de dag na datum van de bekendmaking.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 27 november 2014.


De gemeenteraad,

H.G.M. van de Vondervoort
Voorzitter

J.M. van Dongen-Hermans
De griffier