Pagina opties

Groter

Gemeenteblad 2015, nr. 1 25-03-2015 Financiële verordening gemeente Bergeijk 2015


 

De raad der gemeente Bergeijk;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari 2015;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie ABZ d.d. 05 februari 2015.

besluit:

vast te stellen de Financiële verordening gemeente Bergeijk 2015.

Hoofdstuk 1. Algemene  bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:
-  afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
-  overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
-  raadsproduct: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product van de productenraming en productenrealisatie.
-  administratie: onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling

1.  De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2.  De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van de door het college aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s in raadsproducten vast.

3.  De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor  het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van  goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.
4.  De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.  

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

1.  Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per raadsproduct weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per raadsproduct weergegeven.
2.  Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven
3.  Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 
4.  In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

Artikel 4. Kaders begroting

1.  Het college biedt voor 1 juni aan de raad een perspectievennota aan met een voorstel voor het beleid en de  financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast.
2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 25.000 opgenomen.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

1.  De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma.
2.  Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.   
3. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.
4.  Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
5.  Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage

1.  Het college informeert 3 maal per jaar de raad door middel van 2 tussentijdse rapportages en 1 eindrapportage (jaarrekening) over de realisatie van de begroting van de gemeente.
2.  In de tussenrapportage worden afwijkingen ten opzichte van de eindejaarsprognose op programmaniveau toegelicht. Daarnaast zal specifiek worden gerapporteerd over nieuw beleid en middelen die incidenteel beschikbaar zijn gesteld. Ten aanzien van deze onderwerpen wordt (per onderwerp) over de voortgang zowel beleidsinhoudelijk en financieel gerapporteerd.
3.  In de tussenrapportages worden alle afwijkingen vanaf € 10.000 indien deze 10% of meer zijn én alle afwijkingen > € 25.000 gemeld en toegelicht.

Artikel 7. Informatieplicht

Het college besluit niet over:
a. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties.
b.  het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
In voorkomende aanvragen legt het college de raad ter besluitvorming een voorstel voor.

Hoofdstuk 3. Financieel beleid

Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa

1.  Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste van de exploitatie gebracht.
2.  Indien hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad aan te geven termijn.
3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
4.  Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 1 jaar afgeschreven.
5.  Het afschrijven start op 1 januari van het jaar na het in gebruik nemen van het actief. De rentelasten m.b.t. de activa worden voor de helft van het jaar begroot en gerealiseerd voor het jaar waarin het actief in gebruik genomen wordt.

Artikel 9. Reserves en voorzieningen

1.  Het college biedt de raad in de eerste 2 jaar van een raadsperiode een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld.
2.  Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
a.  het specifieke doel van de reserve;
b. de voeding van de reserve;
c. de maximale hoogte van de reserve; en
d.  de maximale looptijd.

Artikel 10. Kostprijsberekening

1.  Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.
2.  Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen  voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in  gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele  belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het  kwijtscheldingsbeleid.
3.  Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld.

Artikel 11. Prijzen economische activiteiten

1.  Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
2.  Het college doet vooraf aan het verstrekken van een lening, garantie of kapitaalverstrekking aan overheidsbedrijven en derden een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publieke belang van de lening, garantie of kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. Hierbij is uitgangspunt dat geraamde integrale kosten in rekening worden gebracht.
3.  Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:
a.  leveringen van goederen, diensten of werken aan andere overheden voor zover deze leveringen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
b.  een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
c.  een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
d.  een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
g.  een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staats-steunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 12. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

1.  Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven met betrekking tot belastingen en rechten.
2.  Het college biedt de raad eens in de vier jaar een grondnota aan met de kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons. De raad stelt de nota vast.
3.  De kaders voor de prijzen van gemeentelijke diensten anders dan genoemd in het tweede lid, worden vastgesteld bij de inhoudelijke kaders voor de diverse beleidsdocumenten.
4.  De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.

Artikel 13. Financieringsfunctie

1.  Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor:
a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;
b.  het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
c.  het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;
d.  het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
2.  Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
a.  het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt in eerste instantie uitsluitend bij het rijk door middel van schatkistbankieren. Indien die verplichting er niet is dan uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een AA rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%;
b. overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd intact is;
c.  er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
d.  voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar wordt mede een  prijsopgave opgevraagd bij de huisbankier (BNG);
e.  overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in Euro’s.
3.  Het college verstrekt geen leningen, garanties en waarborgen. Indien daarvoor een aanvraag komt legt zij die met (eventueel) een begrotingswijziging voor aan de raad.

Hoofdstuk 4. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 14. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en in werking, dat zij dienstbaar is voor:
a.  het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de  afdelingen;
b.  het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;
c.  het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d.  het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
f.  de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 15. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor:
a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.  een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.  de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.  de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie;
g.  het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
h.  het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en
i.  het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,
opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 16. Interne controle

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 17. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

De Financiele verordening gemeente Bergeijk 2011 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel

1.  Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2015.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Bergeijk  2015.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 26 februari 2015.
 

De gemeenteraad,

H.G.M. van de Vondervoort
Voorzitter

J.M. van Dongen-Hermans
Griffier 

Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9

Afschrijvingsbeleid materiele vaste activa

Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. 

De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in:
40 jaar: Gebouwen (nieuwbouw/permanent), onderwijs (schoolgebouwen);
20 jaar: Aanleg sportvelden, verbouwingen (semi-permanent);
15 jaar: Gebouwen (noodgebouwen), installaties (centrale verwarming), meubilair/inventaris/stoffering, onderwijs (noodlokalen);
10 jaar: Bewegwijzeringen; speelvoorzieningen, installaties (telefoon), vervoermiddelen, materieel, technische en huishoudelijke apparatuur;
5 jaar: Kantoorapparatuur (pc’s, software, computerapparatuur/hardware);

60 jaar: Rioleringen (riolering vrijvervalleidingen en putten, overstortputten en stuwputten, bergbezinkleidingen en bassin);
40 jaar: Rioleringen (druk- en persriolering leidingen en putten) (nieuwbouw/permanent);
15 jaar: Rioleringen (elektrotechnische en mechanische onderdelen van gemalen).

Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste van de exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad aan te geven tijdsduur.

Van de termijnen zoals vermeld kan voor specifieke projecten in overleg met de raad worden afgeweken indien dat onderbouwd kan worden.