Pagina opties

Groter

Gemeenteblad 2015, nr. 6 29-04-2015 Beleidsregel bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouder

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk;

gelet op artikel 35 van de Participatiewet;

overwegende, dat per 1 januari 2015 de Participatiewet in werking treedt;

besluiten vast te stellen:

Beleidsregel bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouder

Artikel 1 Doelgroep

Voor de voormalig alleenstaande ouder waarvan het laatste ten laste komende kind een opleiding volgt waarvoor recht bestaat op Wet studiefinanciering (WSF) of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos), wordt de bijstandsnorm voor een alleenstaande aangevuld vanaf de datum dat het kindgebonden budget eindigt tot de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het kind 18 jaar is geworden.

Artikel 2 Hoogte bijzondere bijstand

De aanvulling op de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder, zoals genoemd in artikel 1, bedraagt 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd.

Artikel 3 Inwerkingtreding

De richtlijn (B056) "ingangsdatum normwijziging alleenstaande ouder/alleenstaande", wordt gewijzigd in "ingangsdatum aanvulling bijstandsnorm" en treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2015.

Artikel 4 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouder”

Aldus besloten in de vergadering van 14 april 2015.

Burgemeester en wethouders van gemeente Bergeijk

de secretaris,                                                   de burgemeester,
 

W.A.C.M. Wouters                                           H.G.M van de Vondervoort
 

Toelichting op beleidsregels Bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouders

Ingangsdatum aanvulling bijstandsnorm (richtlijn B056)

Vanaf 1 januari 2015 is de norm alleenstaande ouder even hoog als de norm voor een alleenstaande en ontvangt de alleenstaande ouder een hoger kindgebonden budget van de belastingdienst. Het kindgebonden budget eindigt op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het jongste kind 18 jaar wordt.
Het kind ontvangt dan nog niet meteen een eigen inkomen uit WSF. Het inkomen uit WSF start pas met ingang van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het kind 18 jaar is geworden.
Er ontstaat dan een inkomensterugval binnen het gezin, omdat de ouder een korte periode niet meer kan beschikken over het kindgebonden budget en het kind nog geen recht heeft op een eigen inkomen uit WSF.
Indien dit jongste kind een opleiding volgt waarvoor recht bestaat op WSF of Wtos, wordt de bijstandsnorm voor een alleenstaande middels bijzondere bijstand aangevuld tot de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het jongste kind 18 jaar is geworden (en aanspraak op WSF of Wtos ontstaat).
De bijzondere bijstand wordt verstrekt vanaf de datum dat het kindgebonden budget eindigt en bedraagt 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd.

Intrekking toeslag voormalig alleenstaande ouders (richtlijn B097)

De toeslag voor voormalig alleenstaande ouders wordt per 1 januari 2015 ingetrokken. Deze toeslag zorgde voor een inkomensgarantie tot aan de uitkeringsnorm voor een echtpaar, wanneer het laatste en enige in het gezin wonende kind 18 jaar werd en de alleenstaande ouder terugviel naar de alleenstaandennorm.

De reden van de intrekking van deze regeling is dat er geen beleid vereist is. In zijn algemeenheid zijn de ouder en het kind in staat om samen voldoende bestaansmiddelen te verwerven. In de incidentele situaties dat dit op grond van individuele omstandigheden niet het geval is, kan maatwerk op grond van de bijzondere bijstand worden geleverd.