Pagina opties

Groter

Gemeenteblad 2015, nr. 8 29-04-2015 Nadere regels nadeelcompensatie kabels en leidingen Bergeijk 2015

Nadeelcompensatie bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk,

collegevoorstel

gelet op artikel 5.1 van de Verordening Ondergrondse Infrastructuur Bergeijk 2015 en artikel 3:4, tweede lid en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen de Nadere regels nadeelcompensatie kabels en leidingen Bergeijk 2015

1. Algemeen

1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Werkingssfeer

1. Deze nadere regels zijn van toepassing op aanvragen van belanghebbenden om een vergoeding voor schade van de belanghebbende door het verleggen van kabels of leidingen die is veroorzaakt door het college in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden of taak, waaronder mede wordt verstaan de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege het college.

2. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
b. kabels en leidingen voor zover deze onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur;
c. het verleggen van een kabel of leiding die niet in de openbare ruimte ligt en onder de werking van artikel 40 van de Onteigeningswet valt.

Artikel 2

1. De begripsbepalingen uit de Verordening Ondergrondse Infrastructuur (hierna VOI) zijn op deze nadere regels van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit artikel.

2. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. aanvraag: een aanvraag tot het nemen van een besluit inzake nadeelcompensatie;
b. belanghebbende: netbeheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel l. van de VOI, met uitzondering van een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk;
c. kabel(s) of leiding(en): kabel(s) of leiding(en) als bedoeld in de VOI, met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet;
d. nadeelcompensatie: het bedrag dat op basis van deze nadere regels als financiële tegemoetkoming wordt toegekend aan de belanghebbende;
e. droge infrastructuur: kabels of leidingen die niet voldoen aan de definitie van natte infrastructuur;
f. natte infrastructuur: kabels of leidingen die in waterwegen en dijken liggen, voor wat betreft de laatste slechts voor zover het gaat om de aanleg van of wijziging aan de dijk als waterkeringwerk;
g. nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen: het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen, waaronder het verplaatsen;
h. openbare ruimte: openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel p. van de VOI;
i. plangebied: het gebied dat binnen de plangrens valt. De plangrens is de grens, die wordt aangegeven op een tekening, waarbinnen het plan gerealiseerd moet worden en diverse werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om een goede aansluiting c.q. overgang te krijgen met het bestaande omliggende gebied;
j. schadebedrag: het financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt als gevolg van de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege het college, inclusief eventueel door belanghebbende aan derden verschuldigde BTW;
k. vergunning: een vergunning zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van de VOI.

2. Nadeelcompensatie

2.1 Nadeelcompensatie algemeen

Artikel 3

Indien een belanghebbende schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college hem op zijn aanvraag een vergoeding toe.

Artikel 4

Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze nadere regels. Bij die berekening worden uitsluitend de kosten van uit en in bedrijf stellen, ontwerp en begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken.

2.2 Nadeelcompensatie in het geval de kabel of leiding van belanghebbende ligt in openbare ruimte
 

Artikel 5: nadeelcompensatie binnen 5 jaar na aanleg

Indien de belanghebbende binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels of leidingen op grond van een aanwijzing, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag. Dit geldt zowel voor natte als droge infrastructuur.

Artikel 6: nadeelcompensatie van het 6e jaar tot en met het 15e jaar c.q. van het 6e jaar tot en met het 30e jaar na aanleg

Voor droge infrastructuur geldt dat indien de belanghebbende maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen van het zesde tot en met het vijftiende jaar, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de vergunning, zal het college 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 2. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan een percentage van de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.
Voor natte infrastructuur geldt dat indien de belanghebbende maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf zesde tot en met het dertigste jaar, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de vergunning, het college 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 31e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeert volgens het schema weergegeven in bijlage 3. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan een percentage van de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.

Artikel 7: nadeelcompensatie vanaf het 16e jaar c.q. vanaf het 31e jaar na aanleg

Indien de belanghebbende maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels of leidingen op grond van een aanwijzing vanaf het 16e jaar na aanleg bij droge infrastructuur dan wel vanaf het 31e jaar na aanleg bij natte infrastructuur, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de vergunning, wordt er geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

2.3 Nadeelcompensatie in het geval dat de kabel of leiding van de belanghebbende niet ligt in openbare ruimte

Artikel 8

De nadeelcompensatie bedraagt 100% van het schadebedrag, volgens het schema weergegeven in bijlage 4, indien:

a. de kabel of leiding van de belanghebbende is gelegen in of op de grond die hem krachtens het eigendomsrecht toebehoort;
b. de kabel of leiding ligt op basis van een zakelijk recht of;
c. op de kabel of leiding een gedoogplicht rust op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) rust.

Artikel 9

Rust op de kabel of leiding van de belanghebbende geen van de rechten als bedoeld in artikel 8, dan is het bedrag van de nadeelcompensatie gelijk aan de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten volgens het schema weergegeven in bijlage 5. De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.

2.4 Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie
 

Artikel 10

Het college en de belanghebbende beperken bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk.

Artikel 11

Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de belanghebbende moet blijven dan uit de toepassing van de paragrafen 2.2. of 2.3. voortvloeit, dan kan het college hiervan gemotiveerd afwijken.

Artikel 12

1. Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen, ten aanzien van dezelfde kabel of leiding, dan is op de eerste maatregel deze nadere regel zoals aangegeven in paragraaf 2.2 van toepassing en komen de kosten van de overige maatregelen ten laste van het college.

2. Van meerdere (tijdelijke) maatregelen is sprake bij meerdere verleggingen op dezelfde locatie van dezelfde kabel of leiding binnen een periode van 5 jaar.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijke voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd in samenhang met de voortgang van het infrastructuurproject. Dit wordt niet gezien als (tijdelijke) maatregelen, maar als een noodzakelijke uitvoeringswijze.

Artikel 13

Geen nadeelcompensatie wordt toegekend indien in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning, het nemen van maatregelen ten aanzien van de desbetreffende kabel of leiding is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, of waarop de kabel of leiding is gelegen én in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 16 van deze nadere regels wordt gegeven.

Artikel 14

Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 13 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in de paragrafen 2.2. of 2.3. van deze regeling is opgenomen.

3. Bepalingen van procedurele aard

3.1 Vooroverleg

Artikel 15

Het college streeft naar overeenstemming met de belanghebbende over het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Het college voert hiertoe vooroverleg met de belanghebbende.

Artikel 16

1. Het college neemt het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen zoveel mogelijk op basis van overeenstemming zoals bereikt in het vooroverleg, als bedoeld in artikel 15. In het besluit wordt tenminste opgenomen:
a. de omschrijving van de werkzaamheden;
b. de vermelding van de noodzakelijk te verleggen leidingen;
c. een tekening van het plangebied met daarop aangegeven de plangrenzen (schaal 1:500);
d. een tekening met daarop aangegeven de bestaande situatie;
e. een tekening met daarop aangegeven de nieuwe situatie;
f. een tekening met daarop aangegeven het nieuwe tracé voor de te verleggen leidingen (schaal 1:500).

2. Indien sprake is van aanwezige kabels of leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden wordt de belanghebbende de gelegenheid geboden om op eigen kosten die kabels of leidingen te vervangen of te verwijderen.

3.2 Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 17

a. De belanghebbende toont bij het indienen van een verzoek aan op welke datum vergunning is verleend voor het aanleggen van de desbetreffende kabel of leiding;
b. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend dan wel op welke datum het leggen is aangevangen, wordt ervan uit gegaan dat de betreffende kabel of leiding langer dan vijftien jaar (droge infrastructuur) c.q. dertig jaar (natte infrastructuur) aanwezig is.

Artikel 18

Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen én de werkzaamheden ten gevolge van het nemen van maatregelen afgerond zijn, bij het college een aanvraag in om vaststelling van nadeelcompensatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 19

De aanvraag bevat ten minste:
a. een verwijzing naar de aanwijzing van het college aan de belanghebbende tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen;
b. een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1;
c. de hoogte van de nadeelcompensatie waarop belanghebbende aanspraak maakt;
d. facturen van de kosten van uitvoering;
e. een kopie van de ingetrokken vergunning;
f. het rekeningnummer van belanghebbende ten behoeve van de betaling na vaststelling van de tegemoetkoming;
g. een accountantsverklaring indien het college hiertoe een verzoek heeft gedaan.

3.3 Besluit vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 20

1. Het college neemt binnen acht weken na indiening van de aanvraag een besluit:
a. om de aanvraag buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 18;
b. om de aanvraag buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd én nadat de belanghebbende in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen binnen een door het college te stellen termijn nadat het verzuim kenbaar is gemaakt c. aan belanghebbende;
d. om het verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk toe te kennen of;
e. om het verzoek af te wijzen.

2. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit schriftelijk aan de belanghebbende mede en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

3. Het college kan het verstrekken van nadere informatie of documenten door belanghebbende verlangen als het college oordeelt dat dit noodzakelijk is voor de beoordeling van het verzoek.

3.4 Betaling nadeelcompensatie

Artikel 21

1. Indien de nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs zal het schadebedrag na vaststelling van de nadeelcompensatie en gereedkomen van de werkzaamheden binnen 45 dagen worden overgemaakt.

2. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie zal na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie het schadebedrag binnen 45 dagen worden overgemaakt.

4. Kostentechnische bepalingen

4.1 Algemeen
 

Artikel 22

1. De hoogte van de kosten voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen.

2. De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke kosten voor het nemen van de maatregelen. De kosten worden onderscheiden in:
a. kosten van ontwerp en begeleiding;
b. kosten van uit en in bedrijfstellen;
c. kosten van uitvoering;
d. kosten van materiaal.

4.2 Kosten van ontwerp en begeleiding

Artikel 23

1. Onder kosten van ontwerp en begeleiding wordt verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om de volgende kosten:
a. overleg en correspondentie;
b. directievoering en toezicht houden;
c. detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;
d. verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;
e. juridisch vrij maken van tracé;
f. kosten ten behoeve van aanbesteden werk.

2. Voor de kosten van ontwerp en begeleiding hanteert het college een vast percentage van de totale kosten van uit en in bedrijf stellen, uitvoering en materiaal zoals genoemd in artikel 24, 25 en 26.

3. Het college hanteert de volgende vaste percentages:

  • Projectkosten van de posten zoals bedoeld in artikel 24, 25 en 26Vast % voor kostenposten ontwerp en begeleiding
  • Tot en met € 20.000,-20%
  • Boven € 20.000,-15%

4.3 Kosten van uit en in bedrijfstellen

Artikel 24

Onder de kosten van het uit en in bedrijfstellen worden verstaan:
a. kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel of leiding en de kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel of leiding;
b. kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard rechtstreeks verband houdende met het uit- en in bedrijfstellen.

4.4 Uitvoeringskosten

Artikel 25

Onder uitvoeringskosten worden verstaan:
a. kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;
b. kosten samenhangend met het verwijderen van buiten bedrijf gestelde kabels of leidingen;
c. kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;
d. kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard;
e. kosten van benodigde vergunningen en leges.

4.5 Materiaalkosten

Artikel 26

Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de kabel of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

4.6 Bundeling werkzaamheden

Artikel 27

Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende belanghebbenden geeft de belanghebbende het college inzicht in de verdeling van het gezamenlijke financiële nadeel.

5. Overige en slotbepalingen

Artikel 28

Deze regeling is van toepassing op werken en werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden nog geen overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende.

Artikel 29

Deze nadere regels treden in werking de dag na bekendmaking.